Dave Zaal heeft zelf ook aardig wat wedstrijdjes op het conto staan. Hij was ooit speler van het Rotterdamse bolwerk Zwart Wit ’28. Voor sommige in de roemruchte jaren wel de tweede club van Rotterdam. Maar Dave speelde ook bij Neptunus en SC Feyenoord. Tussendoor moest hij een stapje terug doen omdat hij een eigen zaak was begonnen en 3 keer trainen en de hele zaterdag onderweg geen optie was. Maar deel 1 van ons gesprek was geëindigd bij het gunnen van de promotie van SSS en het kampioenschap van Rhoon, maar ook ‘Als we er één hadden gehad die er 25 inschopt had er zeker een andere eindstand gestaan’ . Hoe gaat Rozenburg er voor zorgen meer doelpunten te maken dan het afgelopen seizoen.

Tevreden over de versterkingen en ben je erin gekend

“Zeker, heel veel gesprekken gevoerd. We hebben straks een selectie van 18 man die allemaal in de basis kunnen spelen. We wisten ook wel dat we als uitgangspunt weer teruggaan naar 4-3-3 en dan moet ook de spitspositie dubbel bezet zijn. We hadden het afgelopen seizoen Lennart Quak, goed opdreef de eerste periode, maar door schorsingen en blessures van Lennart viel er een gat dat we niet makkelijk konden dichten. Dat moet met de komst van nieuwe jongens voorkomen worden. Sander Arkenbout is gestopt althans daar moeten we ernstig rekening mee houden. We hebben daar Mitchell de Zeeuw van Vlotbrug, een linkspoot. Op je opmerking basisspeler, vind ik lastig te zeggen daarvoor is het nog veel te vroeg. Maar blij dat de Zeeuw is gekomen. De spelers moeten zelf bepalen wie er speelt, de beste komen in het shirt uit de kleedkamer en niet in een trainingspak. Ook Ruud Hakbijl (van Vierpolders gekomen, red.) voor de rechterkant. Daar hebben we ook Rick Tas die moeten het gaan uitvechten. Van Brielle nog Ömer Ayylidiz, een talent van Brielle 2. Speelde dan wel in Brielle 2 maar kan het zomaar oppakken tussen de spelers van het huidige Rozenburg. Ja en dan de spits van Brielle Joel da Veiga Martins. Daar zijn we ook blij mee. Altijd op hoog niveau gespeeld en schopte er twee seizoenen geleden een stuk of 30 in. Joel wilde lager gaan voetballen en koos voor Rozenburg, waar ook VVOR een optie was geweest. We zijn zeker sterker geworden maar of dat op het veld wordt vertaald moet blijken.”

Zelf ook op niveau gespeeld

“Ja, het is allemaal begonnen bij Hekelingen in de jeugd, ook nog een jaartje in het eerste gespeeld. Maar had het bij Hekelingen niet meer naar m’n zin en naar SCO verkast, jaartje gespeeld en toen kwam Zwart Wit ’28 op mijn pad. Zwart Wit ’28 ademde een en al voetbal, geweldige club. Voor sommige in Rotterdam was dat de tweede club van de stad. Jammer dat die club ter ziele is gegaan. Het rommelde toen al en er zat geen toekomst meer in. Een ploeg waar ik heel veel heb geleerd in korte tijd. Was niet altijd basis, maar een prachtige ervaring. Daarna heb ik 5 jaar gespeeld bij Neptunus. Daar heb ik het heel erg naar mijn zin gehad. Met goede spelers gespeeld, Romeo Woude, Bart Latuheru, Nico Jalink, Tammer, Glen Helder. Kampioen geworden diverse finales gespeeld voor de RD cup in die tijd. Daarna nog een jaartje bij SC Feyenoord gespeeld, maar in die tijd was ik een eigen motor zaak begonnen en bij Feyenoord moest je echt 3 keer in de week trainen en dat ging niet met de zaak. Vervolgens naar OVV gegaan daar mocht ik één keer in de week trainen. Het ging niet goed met de zaak en moest de stekker eruit en dan krijg je weer meer tijd om te voetballen. Toen kwam Papendrecht als hoofdklasser op mijn pad. Daar had ik de pech dat de zondag naar de zaterdag toe ging en moesten we beginnen in de vierde klasse. Ik ga niet zeggen dat ik te goed was voor de vierde klasse maar moest er best veel voor regelen. Uit het werk naar Papendrecht best wel ver en met alle respect dat had ik er niet voor over. Naar Poortugaal (zon. red.)verhuisd, een stuk dichterbij gepromoveerd met die ploeg naar de eerste klasse. Ik had in die tijd al problemen met m’n rug speelde vaak met een pilletje tegen de pijn en had me voorgenomen als het erger wordt dan kap ik er mee. Dat gebeurde in de winterstop, terug naar Hekelingen om in een vriendenteam te gaan spelen. En noodgedwongen nog een paar wedstrijdjes bij Rozenburg.”

Wat is de mooiste herinnering

“Zo, dat is lastig. Ik weet er wel een paar, mijn debuut voor Hekelingen als A-junior. We speelde een wedstrijd om degradatie en schoot er ook nog twee in. Ik ben begonnen in de spits en bij Neptunus pas meer verdediger geworden. Bij Neptunus liepen er nog wel een paar die er wel een balletje in konden schoppen, daar kwam ik er niet echt aan te pas. De toenmalige trainer zag in mij ook wel een linksback/linkshalf en zo ben ik naar achteren verhuisd. Bij Papendrecht later ook wel laatste man gespeeld. Maar de mooiste? Op de slechtste zeg ik gelijk degradatie bij Papendrecht uit de hoofdklasse. We zaten ingedeeld bij allemaal Brabantse en Limburgse clubs die zaten er niet op te wachten om helemaal naar Papendrecht toe te rijden. We hebben toen zo hard geknokt om er in te blijven en de laatste wedstrijd winnen we ook nog van UNA maar de Brabantse clubs gooien het op een akkoordje en we lagen eruit. Mooie momenten zijn natuurlijk als je kampioen wordt. Met Zwart Wit ’28 ver in de Amstel beker. In die periode zaten er gewoon 2 BVO’s in de poule wij hadden dacht ik Willem II en RKC. Spelen tegen Bombarda en Landzaat dat zijn natuurlijk leuke wedstrijden.”

Aan welke trainer moet je wel eens denken als je lekker achterover zit op de bank bij Rozenburg

“Ik heb getraind onder Joop Musterd, die was een kei in teambuilding. Dat is het moeilijkste van het trainerschap. Nu hadden we in die tijd ook wel een team dat kon voetballen dus dat hoefde de trainer minder aan te doen. Vaak alleen maar partijtjes, dat konden we ook goed aan. Maar een groep creëren vind ik één van de moeilijkste dingen. Maar als ik er één moet noemen is dat Philip de Haan bij Zwart Wit ’28. Die had het totale plaatje.”

Wat is de toegevoegde waarde van twee broers en blijft het ook na Rozenburg in takt.

“Je weet heel goed wat je aan elkaar hebt en alles kan zeggen zonder problemen te krijgen. Veel discussie om elkaar te versterken. En of dit duo bij elkaar blijft weet ik echt niet. Maar met dit Rozenburg kunnen we nog heel wat bereiken. Laten we ons eerst daar op richten en of dit duo langer in stand blijft zien we wel. We zijn nog niet klaar met Rozenburg.”