Terwijl miljoenen supporters trouw naar het stadion blijven gaan, lijkt het moderne voetbal steeds meer te draaien om de kijker thuis op de bank. De vraag dringt zich op: voor wie wordt het spel eigenlijk nog gespeeld? We kunnen ons herinneren dat in de jaren vijftig/zestig wedstrijden pas op tv werden uitgezonden als het stadion uitverkocht was. Dan hebben we het over internationale wedstrijden. Voor de eredivisie moesten we het doen met de samenvattingen van sommige wedstrijden. Alhoewel er ook stemmen uit die tijd zijn die dit tegenspreken en het vooral te maken had met de opkomst van de televisie en de beperkte mogelijkheden.
Is de stadionbezoeker nog wel de ziel van het voetbal?
Voor sommige supporters het hart van de sport. De geur van het gras en vooral de geur van het gerstenat, de spanning die door de tribunes golft, het gezang, de rituelen, de vriendschappen en de tradities. Stadionfans zijn de supporters die door weer en wind komen, die wedstrijden plannen alsof het militaire operaties zijn, en die hun club door dik en dun steunen. Zonder hen zou het voetbal zijn ziel verliezen. Althans dat denken de stadionbezoekers. Maar die stadionbezoekers hebben het gevoel dat ze de tol moeten betalen van de andere kant van het verhaal en voelen zich buitenspel gezet. De andere kant van het verhaal zijn de tv supporters. Steeds vaker worden wedstrijden gespeeld op de meest onhandige tijdstippen. Wat te denken van zondagavond om acht uur, of Europese wedstrijden om kwart voor zeven in de avond als Nederlandse automobilisten met z’n alle in de file schuifelend hun weg proberen te vinden. De werkende supporter moet dan ook nog proberen wat eerder naar huis te gaan om op tijd in het stadion te kunnen zijn. Oja en dan moet er ook nog wat worden gegeten, in onze ervaringen in de stadions, tegen torenhoge prijzen.
De tv-supporter is wel de motor van het moderne geld
Aan de andere kant staat dus de tv‑supporter: miljoenen mensen die elke week en soms ook elke dag inschakelen, van de doorsnee kijkers tot fanatieke volgers. Zij vormen de basis van de enorme tv‑contracten die het voetbal financieel domineren. En niet te vergeten de televisie heeft de sport professioneler gemaakt, wereldwijd is het voetbal toegankelijker geworden en de tv rechten debet zijn aan de financieel groei.
Het moderne voetbal in ons land staat op een tweesprong. De stadionbezoeker is de ziel, de tv‑supporter de portemonnee. Clubs en bonden proberen beide werelden te vriend te houden, maar dat lukt steeds minder goed. Voetbal is groot geworden door passie, niet door pixels. De magie ontstaat niet in de regiekamer, maar op de tribune. De uitdaging voor het moderne voetbal is om die magie te behouden, terwijl het spel meegroeit met de wereld.
Welk voorbeeld gaan we volgen, Duitsland of Engeland
Engeland is hét voorbeeld van wat er gebeurt als tv‑geld de absolute baas wordt. De Premier League is de rijkste competitie ter wereld, ticketprijzen behoren tot de duurste van Europa, wedstrijden worden op bizarre tijdstippen gespeeld voor wereldwijde kijkers, Stadions zitten vol, maar steeds minder met lokale supporters. In Engeland is voetbal een luxeproduct geworden. De gewone fan is klant, geen onderdeel van de club.
Duitsland bewandelt bijna de tegenovergestelde weg. Daar staat de supporter centraal.
50+1‑regel: supporters houden de meerderheid van de club in handen, lage ticketprijzen (vaak €15 voor staanplaatsen), volle stadions met fanatieke sfeer, wedstrijden worden minder verspreid over het weekend. De Bundesliga is commercieel minder explosief, maar cultureel veel sterker. De fan is geen klant, maar mede‑eigenaar van de clubcultuur. In Duitsland is voetbal nog van de mensen. Niet van de aandeelhouders, geldschieters en nog niet van de TV bazen. Maar de grote vraag hoelang houden onze Oosterburen dat nog vol. Ook in Duitsland zitten de voetbalwedstrijden achter de decoder en zijn de wedstrijden op het open tv kanaal, ARD of ZDF een zeldzaamheid. De Duitse clubs moeten in Europa mee in het (financiële) geweld van o.a. Engeland en de Zuid-Europese landen waar schulden toch anders worden beoordeeld dan in de (nette/brave) landen van Noord-Europa. Op dit moment beweegt Nederland langzaam richting Engeland, maar de weerstand vanuit supportersgroepen wordt steeds sterker. Ticketprijzen stijgen, maar zijn nog niet Engels hoog, ESPN bepaalt steeds vaker de speeltijden, clubs balanceren tussen lokale cultuur en commerciële groei, supportersprotesten nemen toe (o.a. tegen zondagavondwedstrijden en maandagwedstrijden zoals on de KKD competitie, variabele prijzen). Maar laten we eerlijk zijn, ook de stadionsupporter is blij dat hij de potjes van de Europese top kan bekijken op tv als hij niet zelf in het stadion zit. En tot slot al die streamingsdiensten zijn ook niet goedkoop, om nog maar te zwijgen over het patatje bij de plaatselijke patatboer als de wedstrijden worden gespeeld op etenstijd en er voor koken geen tijd is. Oké blijft het biertje over, dat is thuis behoorlijk veel goedkoper dan in de stadions, of…………….
