De Olympische Spelen staan op beginnen en het ijshockey toernooi is al begonnen. Bij ijshockey gaan de gedachten toch even terug naar de jaren ’80 en ’90 waar de Rotterdam Panda’s drie keer kampioen van Nederland werden. De jaren waar ook Rozenburger Ronald de Klerk zijn hoogtijdagen had, bij de ijshockeyers van de Rotterdam Panda’s.
Van een kleine vereniging naar een toonaangevende ploeg in de ijshockey eredivisie
De Panda’s, de naam ontstond door een samenwerkingsverband met het Wereld Natuur Fonds om zo geldschieters naar de club te krijgen. De samenwerking was van korte duur, maar de naam Panda’s bleef bestaan. Midden jaren tachtig was er een sportieve opmars naar het hoogste podium van de ijshockey competities, de eredivisie. De thuisbasis van de Panda’s was de Weenahal (naast het Centraal Station waar nu een parkeergarage is) waar de topploegen uit Nederland in die tijd, Tilburg Trappers, Heerenveen Flyers en Hijs Hokij Den Haag, de tegenstanders waren. De thuisbasis van de Panda’s stond bekend om de geweldige sfeer tijden de wedstrijden. De Panda’s hadden in die tijd een fanatieke aanhang. Successen bleven niet uit. In het seizoen 1987, 1989 en 1990 werd de landstitel behaald en pakte ze de beker in 1987,1990 en 1991. In het seizoen 1989-1990 was er deelname aan de Europacup met tegenstanders uit Duitsland en Zwitserland, Kolner EC, Davos waren o.a. clubs waar tegen gespeeld werd.
Ook Ronald de Klerk speelde voor de Rotterdam Panda’s
In een ververleden hadden we een gesprek met Ronald, samen met zijn vrouw Ursula sportschool houder in Rozenburg en in die periode leider van v.v. Rozenburg 1, kwam zijn ijshockey verleden ook ter sprake. Een stukje uit dat interview: “Verder heb ik aan ijshockey gedaan bij Rotterdam. In de jaren dat De Rotterdam Panda’s bekend waren. Ik kon aardig schaatsen en zag op de toenmalige Tom Menken ijsbaan die mannen van Rotterdam wel eens trainen. Het spelletje trok me wel en wilde wel eens kijken of en hoever ik daar met meekon komen. In het eerste team speelde er in die tijd veel Canadezen en werd er door havenbaron Van ’t Wout driftig geïnvesteerd. Ik speelde, als je het vergelijkt met voetbal, in het tweede team, maar ook die competitie was landelijk en op vrijdagavond bijvoorbeeld naar Heerenveen of naar Geleen in Limburg. Heb wel eens toernooien gespeeld waar een aantal van die Canadezen meespeelden en dat waren wel potjes waar je veel van kon leren. Uiteindelijk heb ik last van mijn knieën gekregen en was het einde bericht met ijshockey. De blessure heb ik opgelopen in de zomer waar we rolhockey speelde. Naast dat het erg vervelend was, ook nog eens in de periode waar ik dicht tegen het eerste team aanzat.”
De man achter het succes van de Panda’s was Rotterdamse zakenman Willem van ’t Wout. Zijn bedrijf Gunco (heftrucks en interntransportmaterieel) was ook verbonden aan de naam van de Rotterdamse ijshockey club, en hete lange tijd Gunco Panda’s. Onder zijn toeziend oog werden buitenlandse topspelers naar Rotterdam gehaald en de budgetten beschikbaar gesteld voor spelers en staf.
Zonder zijn financiële steun was het succes verhaal niet mogelijk geweest. Rond 1991 begon de financiële bijdrage van Van ’t Wout af te nemen. De salarissen en de hal huur liepen hoog op. En ook de exploitatie van de Weenahal werd problematisch en moest de club zich in het seizoen 1991-1992 terugtrekken uit de eredivisie met als gevolg dat de naam Rotterdam Panda’s uit het Nederlands ijshockey verdween. De Panda’s werden soms het ‘Feyenoord van het ijs’ genoemd mede door de grote aanhang en de sfeer in de hal. In de hoogtij dagen meer dan 2000 toeschouwers op de tribune, een uitzonderlijk aantal in die periode voor het ijshockey. De pogingen om een nieuwe ijshal te bouwen als vervanging van de Weenahal kregen nooit voldoende steun. Het ijshockey in Rotterdam was groots, maar van korte duur.
